![]()
Wanneer je een opleiding tot procesoperator volgt, bestuderen we hoe we stoffen bereiden. Bij bereiden moeten we denken aan het maken van een product, waarin we de grondstoffen als zodanig niet meer herkennen. Er moet tijdens het proces een aardverandering optreden. Neem als voorbeeld het bereiden van een cake. De grondstoffen zijn cakemeel, suiker, melk en eieren. In het eindproduct (de cake) vinden we deze grondstoffen niet meer terug in de vorm waarin ze zijn toegevoegd. Ze zitten er wel in, maar de aard van deze grondstoffen zijn gewijzigd.
De productie moet ook op industriële schaal plaatsvinden. Dus niet de warme bakker op de hoek, maar wel een broodfabriek waar honderden broden worden geproduceerd. Nederland telt ongeveer 50.000 bedrijven die tot de procesindustrie gerekend kunnen worden. Samen zijn deze producerende bedrijven goed voor ongeveer 440 miljard euro aan producten die vervaardigd worden en werken er in deze industrietak zo'n 900.000 mensen.
De procesindustrie begint zijn opmars in Nederland aan het begin van de 19e eeuw. Kenmerkend was daarbij dat die industrieën zich vooral toelegden op het winnen en verwerken van natuurlijke grondstoffen uit de land en tuinbouw. Het zijn olie- en vetfabrieken (Shell, Cargill), die op hun beurt weet toeleveranciers zijn voor de kaarsen- (Croda, nu Uniqema) en margarine (Unielever) fabrieken. Ook komen in die tijd de zetmeelfabrieken en suikerfabrieken op ( Suikerunie). Het uitbreken van de eerste wereldoorlog heeft grote gevolgen voor de Nederlandse procesindustrie gehad. Door de oorlog waren veel grondstoffen en producten uit het buitenland niet beschikbaar. Nederland ging industrialiseren. Er werd een begin gemaakt om de zoutvoorraden en kolenvoorraden (DSM: Dutch State Mines) ook als grondstof voor chemische producten te gaan gebruiken. In 1918 werden de Hoogovens in IJmuiden opgericht. Er volgden een aantal belangrijke ontwikkelingen in de procesindustrie. De omschakeling naar continu verlopen processen en een concentratie van bedrijven.
![]()
De crisisperiode voor de tweede wereldoorlog heeft voor de ontwikkeling van veel nieuwe producten gezorgd. Zo introduceerde Shell de synthetische wasmiddelen, Philips de thermohardende kunststoffen, KNZ past elektrolyse toe bij de bereiding van chloorgas, natronloog en zoutzuur uit zout. De tweede wereldoorlog heeft een nog grotere invloed op de ontwikkeling van de procesindustrie. Door oorlogsschaarste werden er tal van nieuwe producten ontwikkeld. Na de oorlog ontwikkelde zich allereerst de petrochemische industrie. Met de komst van voornamelijk Amerikaanse bedrijven (Chevron, Esso, Gulf, BP, Mobil,l Total, Dow, Dupont, ICI, Hercules en Marbon) vondt er in de jaren zestig een haast explosieve groei plaats. Kenmerkend van deze naoorlogse periode was de schaalvergroting van de productie- en productdiversificatie.
In de negentiger jaren vond er volop automatisering plaats in de procesindustrie. De doe fabriek wordt een bewakingsfabriek. Daarnaast zijn de regels voor millieu en welzijn in de loop der jaren steeds strenger. Vedergaande automatisering en focus op efficiency zijn de sleutelwoorden vandaag de dag. De procesoperator is van fysieke arbeidskracht in de loop der jaren doorgegroeid tot een goed opgeleide medewerker met grote verantwoordelijkheden.
